Verdovende middelen

Kalmerende middelen (of ‘downers’) zijn een categorie drugs die de normale hersenfunctie vertragen. Er zijn twee basisgroepen van verdovende middelen;
– Opioïden; Vergelijkbaar met gevestigde recreatieve opioïden, maar met het potentieel voor veel langere werkingsduur.
– Benzodiazepinen; kalmerende, anxiolytische, hypnotische en anti-convulsieve eigenschappen – sommige met langdurige werking.
Deze NPS werken als benzodiazepines, opium, heroïne.
Voorbeelden zijn MT-45, AH-7921 en nieuwe fentanyl (opioïden) of diclazepam en flubromazepam (benzodiazepieën)

Risico’s op de korte termijn zijn onder andere een overdosis, verwarde toestanden en epileptische aanvallen.
Risico’s op de lange termijn zijn onder andere verslaving en verminderd denkvermogen
Het risico wordt verhoogd, vooral wanneer het wordt gemengd met alcohol of andere verdovende middelen.

Kalmerende middelen worden gesnoven, gerookt, geïnjecteerd of geslikt.

Voor meer (tamelijk technische) informatie over de verschillende verdovende middelen kun je naar deze Wikipedia page gaan. Let op, deze pagina is niet wetenschappelijk gechecked.

Bron: 1, 2, 3